Hof Amsterdam 30 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1171

Onderbewindgestelde heeft zich enkel hoofdelijk verbonden tot nakoming van uit huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen van de huurder. Een dergelijk medeschuldenaarschap valt niet onder de werking van de artikelen 1:438 en 1:439 BW. Het gaat immers niet om een beheers- of beschikkingshandeling van onderbewindgestelde met betrekking tot de onder bewind staande goederen, maar juist om een andere rechtshandeling die tot (nieuwe) schulden leidt. Dit betekent dat de overeenkomst, in beginsel, rechtsgeldig is en dat onderbewindgestelde zelf als procespartij moet optreden. Omdat in hoger beroep niet onderbewindgestelde zelf, maar de bewindvoerder is verschenen, is deze niet-ontvankelijk. Onderbewindgestelde krijgt de gelegenheid alsnog te verschijnen. Tussenarrest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken