Art. 1:433 BW, Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 (BW1)
1. Tenzij bij de onderbewindstelling anders is bepaald, omvat het bewind ook de goederen die geacht moeten worden in de plaats van een aan het bewind onderworpen goed te treden, benevens de vruchten en andere voordelen die een onder bewind staand goed oplevert.
2. De kantonrechter kan, hetzij op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 432, eerste en tweede lid, hetzij ambtshalve, het ingestelde bewind tot een of meer andere goederen van de rechthebbende uitbreiden of een of meer goederen uit het bewind ontslaan en ook alsnog bepalen dat de regel van het eerste lid voor een of meer goederen niet zal gelden, in welk geval artikel 434, eerste lid, van overeenkomstige toepassing is. De kantonrechter kan tevens handelingen als bedoeld in artikel 441, tweede lid, onder f aanwijzen en de aanwijzing van zulke handelingen intrekken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G de Bock 1 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:324
- Hof Den Haag 2 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2330
- Conclusie A-G Lindenbergh 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:862
- Conclusie A-G Hammerstein 4 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1712
- Hof Den Haag 21 oktober 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2058
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5048
- Rb. Den Haag 9 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19121
- Conclusie A-G Vlas 22 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1379
- Hof 's-Hertogenbosch 29 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5309
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 juni 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5131