Art. 1:253i BW, Het bewind van de ouders
1. Ingeval van gezamenlijke gezagsuitoefening voeren de ouders gezamenlijk het bewind over het vermogen van het kind en vertegenwoordigen zij gezamenlijk het kind in burgerlijke handelingen, met dien verstande dat een ouder alleen, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken, hiertoe ook bevoegd is.
2. Artikel 253a van dit boek is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van "de rechtbank" wordt gelezen "de kantonrechter".
3. Oefent een ouder het gezag alleen uit, dan wordt door die ouder het bewind over het vermogen van het kind gevoerd en het kind in burgerlijke handelingen vertegenwoordigd.
4. Van het bepaalde in het eerste en derde lid kan worden afgeweken:
a. indien de rechter bij de beschikking waarbij de uitoefening van het gezag over het kind aan een van de ouders wordt opgedragen op eensluidend verzoek van de ouders of op verzoek van één van hen, mits de ander zich daartegen niet verzet, heeft bepaald dat de ouder die niet het gezag over het kind zal uitoefenen, het bewind over het vermogen van het kind zal voeren;
b. ingevolge artikel 276, tweede lid, van dit boek, bij beëindiging van het gezag;
c. indien hij die een minderjarige goederen schenkt of vermaakt, bij de gift, onderscheidenlijk bij de uiterste wilsbeschikking, heeft bepaald dat een ander het bewind over die goederen zal voeren.
5. In het laatstbedoelde geval zijn de ouders, of - indien een ouder het gezag alleen uitoefent - die ouder, bevoegd van de bewindvoerder rekening en verantwoording te vragen.
6. Bij het vervallen van het door de schenker of erflater ingesteld bewind zijn het eerste en tweede lid, onderscheidenlijk het derde lid, van toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 4 september 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX7177
- Hof Den Haag 16 februari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:264
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5677
- ABRvS 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5382
- Hof 's-Hertogenbosch 6 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3080
- ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:938
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7410
- Hof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1852
- Rb. Midden-Nederland 24 april 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1816
- Rb. Amsterdam 19 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7791
- Conclusie A-G Lindenbergh 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:862
- Conclusie A-G Moltmaker 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8717
- Hof 's-Hertogenbosch 8 oktober 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:3123
- Hof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10086
- ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1886
- ABRvS 3 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL1850
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7899
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6739
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 december 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:9574
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6971