ABRvS 22 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5382
Afwijzing verzoek om de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van dochter op het adres van haar moeder in de periode van 2 maart 2006 tot 22 juni 2007 te wijzigen. Op grond van art. 73, aanhef en onder a, van de Wet gba, gelezen in samenhang met art. 66 van deze wet, zijn ouders tot het doen van aangifte van een adreswijziging van een minderjarig kind verplicht. De Afdeling is met de Rb. van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze verplichting op elk van beide ouders rust en dat uit de Wet gba noch uit de beleidsregel volgt dat inschrijving van een adreswijziging van een minderjarige op aangifte van een ouder dient te worden geweigerd, indien daarvoor geen toestemming van de andere ouder wordt verkregen. Nu in de Wet gba niet is bepaald dat een aangifte door een ouder van adreswijziging van een minderjarig kind niet wordt ingeschreven indien de andere ouder daarmee niet instemt, kan art. 82 van deze wet niet aldus worden uitgelegd dat wegens strijd met de door appellant aangehaalde artikelen uit het BW vanwege het ontbreken van die instemming het college is gehouden de betrokken gegevens in de gba te corrigeren. Het college heeft uiteengezet dat, indien een ouder weigert in te stemmen met de inschrijving van een adreswijziging van een minderjarig kind, nader onderzoek naar de juistheid van de aangifte van die adreswijziging wordt verricht. De Rb. heeft met juistheid geoordeeld dat daarom grond tot correctie van de inschrijving van de dochter op het adres van haar moeder zou bestaan, indien het college die inschrijving had dienen te weigeren wanneer conform de beleidsregel de toestemming van appellant voor de adreswijziging was gevraagd, hij die toestemming had geweigerd en een hierop volgend onderzoek tot de conclusie zou hebben geleid dat dat adres niet het woonadres van de dochter was, als bedoeld in de Wet gba. Anders dan appellant betoogt, heeft het college bij de beslissing op zijn verzoek om correctie van de inschrijving van de dochter op dat adres daarom terecht mede van belang geacht of dat als haar woonadres kon worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl