Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7899
Tweede tussenvonnis in procedure waarin naast ex-samenwoners ook hun persoonlijke holdings als procespartijen zijn betrokken. Onderlinge draagplicht voor schulden, anders dan de hypotheekschuld; vergoedingsrecht op grond van artikel 3:172 BW. Verdeling van overige gestelde eenvoudige gemeenschappen, waaronder een woning in Portugal (IPR), inboedelgoederen en voertuigen. Vereffening van de gezamenlijke vennootschap onder firma en afwikkeling van de besloten vennootschap waarvan de persoonlijke holdings aandeelhouder zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 71 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:253i BW1
- Artikel 6:10 BW6
- Artikel 3:107 BW3
- Artikel 3:108 BW3
- Artikel 3:109 BW3
- Artikel 3:119 BW3
- Artikel 3:167 BW3
- Artikel 3:172 BW3
- Artikel 3:185 BW3
- Artikel 3:300 BW3
- Artikel 3:301 BW3
- Artikel 16 EEX