Rb. Zeeland-West-Brabant 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7899

Tweede tussenvonnis in procedure waarin naast ex-samenwoners ook hun persoonlijke holdings als procespartijen zijn betrokken. Onderlinge draagplicht voor schulden, anders dan de hypotheekschuld; vergoedingsrecht op grond van artikel 3:172 BW. Verdeling van overige gestelde eenvoudige gemeenschappen, waaronder een woning in Portugal (IPR), inboedelgoederen en voertuigen. Vereffening van de gezamenlijke vennootschap onder firma en afwikkeling van de besloten vennootschap waarvan de persoonlijke holdings aandeelhouder zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen