Art. 1:103 BW, Ontbinding van de gemeenschap
1. Ieder der echtgenoten heeft het recht van de gemeenschap afstand te doen; alle daarmede strijdige overeenkomsten zijn nietig.
2. Het deel der gemeenschap waarvan afstand wordt gedaan, wast aan bij het deel van de andere echtgenoot.
3. De echtgenoot die afstand heeft gedaan, kan uit de gemeenschap niets terugvorderen dan alleen zijn bed met bijbehorend beddegoed en de kleren die hij voor zijn persoonlijk gebruik nodig heeft. Hij kan de papieren en gedenkstukken, tot zijn familie behorende, tegen de geschatte prijs overnemen.
4. Door deze afstand wordt hij ontheven van de aansprakelijkheid en de draagplicht voor schulden der gemeenschap, waarvoor hij vóór de ontbinding der gemeenschap niet aansprakelijk was.
5. Hij blijft aansprakelijk voor de schulden der gemeenschap, waarvoor hij vóór de ontbinding der gemeenschap aansprakelijk was. Indien hij een schuld, waarvoor beide echtgenoten vóór de ontbinding der gemeenschap voor het geheel aansprakelijk waren, voor meer dan de helft heeft voldaan, heeft hij voor het meerdere verhaal tegen de andere echtgenoot.
6. Indien de andere echtgenoot een schuld der gemeenschap, waarvoor hij vóór de ontbinding der gemeenschap niet aansprakelijk was, geheel of ten dele heeft voldaan, heeft hij deswege verhaal tegen de echtgenoot die de afstand heeft gedaan. Heeft hij een schuld, waarvoor beide echtgenoten vóór de ontbinding der gemeenschap voor het geheel aansprakelijk waren, voor meer dan de helft voldaan, dan heeft hij voor het meerdere verhaal tegen de echtgenoot die de afstand heeft gedaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Pauwels 25 augustus 2023, ECLI:NL:PHR:2023:733
- Conclusie A-G Koopman 11 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1055
- Rb. Noord-Nederland 31 december 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:6678
- Conclusie A-G Koopman 11 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1056
- Conclusie A-G IJzerman 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:544
- Conclusie A-G Moltmaker 27 maart 1992, ECLI:NL:PHR:1992:40
- Rb. 's-Gravenhage 21 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2530
- Rb. Rotterdam 11 maart 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4093
- Rb. Overijssel 27 januari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:919
- Rb. Noord-Holland 25 januari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:500
- Rb. Limburg 31 januari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:536
- Rb. Den Haag 27 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22699
- Rb. Breda 26 oktober 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO3561
- Rb. Arnhem 4 oktober 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752
- Rb. Arnhem 25 februari 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT3859
- Rb. Amsterdam 1 juni 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AT6774
- Conclusie A-G van Peursem 18 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:157
- Conclusie A-G Lückers 15 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:146
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL2134
- Conclusie A-G Biegman-Hartogh 26 oktober 1990, ECLI:NL:PHR:1990:11