Art. 7 Uitv besl OB, Vrijstellingen; tarief
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (Uitv besl OB)
1. Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f , van de wet, worden aangewezen de leveringen en diensten, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage B.
2. Voor zover niet vallend onder de bij dit besluit behorende bijlage B worden voorts als leveringen en diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet aangewezen: voor zover met deze leveringen en diensten geen winst wordt beoogd en niet een verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van ondernemers die winst beogen en welke worden verricht door een publiekrechtelijk lichaam of door een andere organisatie die, na een daartoe gedaan schriftelijk verzoek, door de inspecteur ter zake bij voor bezwaar vatbare beschikking is erkend als instelling van sociale of culturele aard. De inspecteur geeft in deze beschikking aan welke activiteiten van een instelling behoren tot dan wel niet behoren tot de aangewezen leveringen en diensten.
a. leveringen en diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren; en
b. diensten van culturele aard andere dan die genoemd in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel b, alsmede nauw daarmee samenhangende leveringen;
3. De inspecteur trekt de erkenning, bedoeld in het tweede lid, bij voor bezwaar vatbare beschikking in en vervangt deze al dan niet door een nieuwe erkenning bij:
a. wijzigingen in de aard en samenstelling van de leveringen en diensten van de instelling;
b. het beogen van winst door de instelling;
c. het optreden van een verstoring van concurrentieverhoudingen ten opzichte van ondernemers die winst beogen.
4. Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet, worden niet aangemerkt:
a. de leveringen van goederen welke door de in het tweede lid bedoelde instellingen in het kader van arbeidstherapie zijn voortgebracht en de diensten welke door die instellingen in dat kader worden verricht;
b. diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 2° en 3°, van de wet die worden verleend aan anderen dan de daarin bedoelde personen.
5. Onder het niet beogen van winst, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt verstaan dat niet systematisch het maken van winst mag worden beoogd en, zo er wel winst wordt gemaakt, deze niet mag worden uitgekeerd, maar die winst moet worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.
6. Bij wijzigingen in de aard en samenstelling van de leveringen en diensten van een instelling stelt de instelling de inspecteur daarvan in kennis.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1374
- HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY1252
- HR 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1326
- HR 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:460
- Rb. Noord-Nederland 11 oktober 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4384
- Rb. Gelderland 20 september 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4991
- Conclusie A-G Ettema 31 maart 2023, ECLI:NL:PHR:2023:388
- Rb. Noord-Nederland 21 februari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:627
- Conclusie A-G VAN HILTEN 10 september 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK3786
- Rb. Noord-Holland 5 juli 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:5424
- Rb. Den Haag 5 maart 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3029
- Rb. Den Haag 29 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6319
- Rb. Arnhem 16 augustus 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB4900
- HR 28 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:472
- HR 2 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB6880
- HR 24 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AE4801
- Hof 's-Hertogenbosch 30 december 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3905
- Hof 's-Hertogenbosch 20 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:982
- Hof Den Haag 10 mei 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1823
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:912