Rb. Gelderland 20 september 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4991

Omzetbelasting. Verzoek om goedkeuring tot toepassing btw-vrijstelling voor leveringen en diensten van sociale of culturele aard. Tot 1 januari 2006 waren in bijlage B bij artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 de ondernemers opgenomen aan wie een vrijstelling was verleend. De erkenning van een lichaam of organisatie als instelling in de zin van dit artikel is een bevoegdheid van verweerder, die door de rechtbank getoetst moet kunnen worden (vgl. Hof van Justitie inzake Zimmerman). De nationale rechter moet, rekening houdend met alle relevante elementen, vaststellen of de belastingplichtige een instelling van sociale aard is. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het begrip sociale zekerheid te beperkt uitlegt. Er is sprake van nauw samenhangende diensten. De inspecteur heeft, hoewel daartoe uitgenodigd, de rechtbank niet in de gelegenheid gesteld de afwijzende beschikking te toetsen aan de hand van de relevante toewijzingsbeschikkingen. Er is sprake van één andere afwijzende beschikking, waarin de inspecteur het begrip sociale zekerheid eveneens te beperkt heeft uitgelegd. Nu verweerder een onjuiste toets heeft uitgevoerd en de rechtbank niet in de gelegenheid heeft gesteld het onderhavige besluit volledig te toetsen, moet er - ter uitsluiting van mogelijke strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel - van worden uitgegaan dat eiseres moet worden beschouwd als instelling van sociale aard en in aanmerking komt voor de vrijstelling. De rechtbank beslecht het geschil finaal en wijst zelf het verzoek van eiseres toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken