Art. 214 Mijnreglement 1964, De luchtverversing in de ondergrondse werken
1. In de hoofdluchtwegen en in de deelstromen moet een voldoende aantal doelmatige luchtmeetstations worden aangelegd.
2. Ter bepaling van de samenstelling van de lucht moeten voldoende luchtmonsters worden genomen, die op doelmatige wijze moeten worden geanalyseerd. Onze Minister kan bepalen, waar en wanneer deze luchtmonsters moeten worden genomen.