Art. 213 Mijnreglement 1964, De luchtverversing in de ondergrondse werken
1. De snelheid van de luchtstroom mag in pijlers niet groter zijn dan 6 meter per seconde en in hoofdluchtwegen en luchtwegen, die voor het geregeld vervoer of verkeer dienen, niet groter dan 8 meter per seconde.
2. Onze Minister kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.