Art. 10 Alcoholwet, Algemene bepalingen
1. Een slijtlokaliteit staat niet rechtstreeks in verbinding met een neringruimte.
2. Een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, heeft ten minste één horecalokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 35 m2. De burgemeester kan besluiten af te wijken van de eerste zin, indien er sprake is van een lokaliteit die is gevestigd in een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
3. Een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend heeft ten minste één slijtlokaliteit met een vloeroppervlakte van ten minste 15 m2.
4. Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de minimale verbindingsruimte tussen een slijtlokaliteit en een neringruimte.
5. De bij of krachtens dit artikel gestelde eisen gelden in aanvulling op hetgeen is geregeld bij of krachtens artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingswet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 14 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN1117
- ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2761
- ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1343
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7079
- ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:482
- ABRvS 13 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3947
- ABRvS 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:534
- ABRvS 29 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ9637
- ABRvS 5 september 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB2912
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6528
- Rb. Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9042
- Rb. Oost-Brabant 4 september 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5540
- Rb. Noord-Holland 12 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10476
- Rb. Midden-Nederland 22 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:799