Rb. Zeeland-West-Brabant 26 september 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6528
Voorlopige voorziening in bezwaar tegen intrekking Alcoholvergunning. De burgemeester heeft in het bestreden besluit de op 6 december 2012 aan verzoeker verleende vergunning op grond van de Alcoholwet ingetrokken, omdat verzoeker primair van slecht levensgedrag is en subsidiair vanwege de gerechtvaardigde vrees dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou kunnen opleveren voor de openbare orde en veiligheid. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) volgt dat de burgemeester – in gevallen waarin slecht levensgedrag wordt beoordeeld en dat begrip niet nader is gespecificeerd in een wettelijke regeling, beleidsregels of anders beleidsstuk – moet motiveren waarom de feiten en omstandigheden die aan zijn oordeel over het levensgedrag ten grondslag liggen in het concrete geval relevant zijn voor de exploitatie van een horecabedrijf . Er gelden in principe geen beperkingen voor wat betreft de feiten en omstandigheden die bij de beoordeling mogen worden betrokken. Aan het slecht levensgedrag heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat er tegen verzoeker een strafrechtelijke procedure loopt naar aanleiding van aangiften voor respectievelijk verkrachting en seksueel misbruik. In het onderzoek zijn ook een aantal meldingen van seksueel overschrijdend gedrag opgenomen. Verder legt de burgemeester aan het slecht levensgedrag ten grondslag dat er meerdere malen is geconstateerd dat verzoeker als leidinggevende artikel 20, vijfde lid, van de Alcoholwet heeft overtreden en dat hij een waarschuwing heeft gehad voor het overtreden van de sluitingstijd. Aangezien tussen partijen niet in geschil is dat verzoeker – voor wat betreft de hiervoor omschreven aangiften – in dit stadium enkel verdachte is en hij geen strafblad heeft, leveren de aangiften naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen onderbouwing van het gestelde slecht levensgedrag op. Voor wat betreft de meldingen geldt dat er maar één mutatie en één melding persoonlijk op verzoeker zijn terug te voeren. Enig verder onderzoek daarnaar heeft echter niet plaatsgevonden. Voor het overtreden van de sluitingstijd heeft verzoeker al eerder een waarschuwing gehad. Ten aanzien van het verwijt dat verzoeker onder invloed van alcohol werkzaam is in het [horecabedrijf] geldt dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat de burgemeester rekening heeft gehouden met de Handhavingsmatrix. De burgemeester heeft aan de vrees voor het mogelijke gevaar voor de openbare orde diverse meldingen van seksueel overschrijdend gedrag in het [horecabedrijf] en het onder invloed van alcohol werkzaam zijn ten grondslag gelegd. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zijn de meldingen onvoldoende om vrees voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid aan te nemen, ook omdat niet blijkt dat verzoeker onvoldoende doet om dat gevaar te voorkomen of beperken. Voor wat betreft het onder invloed werkzaam ziet het aangehaalde onderdeel uit de Handhavingsmatrix niet op dit verwijt. Bestreden besluit geschorst.
De uitspraak op rechtspraak.nl