Rb. Noord-Holland 12 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10476
Deze uitspraak gaat over de intrekking van de op grond van de Alcoholwet aan eisers verleende vergunningen ten behoeve van drie horecabedrijven. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de vergunningen heeft mogen intrekken. Naar het oordeel van de rechtbank kon de burgemeester concluderen dat de eigenaar van de horecaondernemingen van slecht levensgedrag is. De burgemeester heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de gedragingen en incidenten die aan de besluitvorming ten grondslag zijn gelegd een patroon laten zien die iets zeggen over de betrouwbaarheid van de leidinggevende om zijn horecabedrijven op verantwoorde wijze uit te oefenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1141
- ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1493
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4258
- HR 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:237
- Conclusie A-G Spronken 22 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2675
- EHRM 13 september 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:0913DEC002752104
- HR 4 februari 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC8959