Art. 10 Bestr.w., Ge- en verbodsbepalingen met betrekking tot toegelaten bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bestr.w.)

1. Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de artikelen 5, tweede, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 5a, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, vastgestelde voorschriften.

2. Het is een ieder verboden van een bij regeling van Onze betrokken Minister aangewezen bestrijdingsmiddel een hoeveelheid voorhanden of in voorraad te hebben, tenzij die hoeveelheid bestemd is voor een gebruik waarvoor het middel is toegelaten, geregistreerd of ter aflevering.

3. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een particuliere persoon, voor zover het betreft het gebruiken van een bestrijdingsmiddel in een door hem bewoonde ruimte.

Uitspraken die dit artikel aanhalen