CBb 21 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2133
Op 11 december 2003 heeft verweerder de Regeling tijdelijke vrijstelling gewasbeschermingsmiddelen eerste kwartaal 2004 (hierna: regeling) uitgevaardigd. De regeling is op 19 december 2003 in de Staatscourant gepubliceerd. Bij brief van 24 december 2003 heeft verzoekster bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de regeling. Bij brief van 24 december 2003 heeft verzoekster zich tot de voorzieningenrechter van het College gewend met het verzoek de regeling bij wege van voorlopige voorziening te schorsen. Op 6 januari 2004 is LTO Nederland (hierna: LTO) telefonisch in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. Bij faxbericht van 7 januari 2004 heeft verzoekster de gronden van haar verzoek aangevuld en nadere stukken ingezonden. Bij faxbericht van 8 januari 2004 heeft verzoekster een nader stuk ingezonden. Bij faxbericht van 8 januari 2004 heeft verweerder de voorzieningenrechter een besluit van gelijke datum toegezonden, strekkende tot wijziging van de regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004. Het wijzigingsbesluit is gepubliceerd in de Staatscourant van 8 januari 2004. Bij afzonderlijk faxbericht van 8 februari 2004 heeft verweerder nadere stukken ingezonden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld ter zitting van 9 januari 2004. Alhier waren onder meer aanwezig de hierboven genoemde gemachtigden van partijen. Bij brief van 12 januari 2004 heeft het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, zetelend te Wageningen (hierna: Ctb), desgevraagd informatie verstrekt over de vraag of een aantal in de regeling genoemde gewasbeschermingsmiddelen al dan niet is toegelaten. Bij brief van 13 januari 2004 heeft LTO medegedeeld geen behoefte te hebben aan een reactie op de brief van 12 januari 2004 van het Ctb. Op 14 januari 2004 heeft verzoekster telefonisch hetzelfde medegedeeld. Op 14 januari 2004 heeft het Ctb desgevraagd telefonisch aanvullende informatie verstrekt over de in zijn brief van 12 januari 2004 genoemde middelen. Bij faxbericht van 14 januari 2004 heeft verweerder gereageerd op de brief van 12 januari 2004 van het Ctb. Bij faxbericht van 16 januari 2004 heeft verzoekster medegedeeld geen behoefte te hebben aan een reactie op het faxbericht van 14 januari 2004 van verweerder en/of de door het Ctb op 14 januari 2004 telefonisch verstrekte nadere informatie. Op 16 januari 2004 heeft LTO telefonisch hetzelfde medegedeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl