Hof 's-Hertogenbosch 4 september 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB4258

Bestrijdingsmiddelenwet. 1. De omstandigheid dat het bestrijdingsmiddel is toegelaten door de bevoegde autoriteit van België, brengt niet met zich dat geen voorafgaande toelating hoeft te worden verkregen van de bevoegde autoriteit van Nederland. 2. Wat er ook zij van de inhoudelijke overeenkomst tussen het bestrijdingsmiddel Simazine (hierna: het middel Simazine), zoals dat in België was toegelaten, en het in Nederland vrijgestelde middel Simazin 7777, uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt, dat op de verpakking van het middel Simazine geen Nederlands toelatingsnummer op de verpakking was vermeld. Het middel Simazine voldeed derhalve niet aan artikel 7, aanhef en onder a, van de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen, zodat dit middel reeds om die reden niet onder de Regeling vrijstelling I gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003 viel. 3. Uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, leidt het hof af dat verdachte gewasbeschermingsmiddelen heeft afgeleverd en derhalve feitelijk een verkooppunt was, terwijl zij als beheerder van het verkooppunt niet beschikte over een vergunning voor het distribueren van gewasbeschermingsmiddelen. De uitzondering als bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Besluit, doet zich hier niet voor. 4. Geen overmacht in de zin van noodtoestand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen