Conclusie A-G Vellinga 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6019

Opzettelijk voorhanden hebben van bestrijdingsmiddelen. 1. Voorzover het middel zich erop beroept dat Picoplast geen biocide is, faalt het, reeds omdat het eraan voorbij ziet dat eerst bij wetswijziging van 20-06-02 (Stb. 461) – na het tenlastegelegde tijdstip – in art. 1.1.f Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Bmw) de term “biocide” is opgenomen als omschrijving van een bestrijdingsmiddel. 2. Picoplast is een bestrijdingsmiddel ex Bmw zoals die luidde t.t.v. de tenlastegelegde gedraging, en was niet toegelaten ex art. 2 Bmw. De aangevoerde omstandigheid dat “hetzelfde effect ook met allerhande daarvoor in aanmerking komende middelen kan worden bewerkstelligd” kan daaraan niet afdoen. 3. HR verwerpt klacht onder verwijzing naar conclusie AG dat het verbod ex art. 5 Vogelwet 1936 om vogels te vangen, in gebouwen niet van toepassing is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen