Art. 16 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bestemmingsplannen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Bij een bestemmingsplan kan ten aanzien van bepaalde werken uit te voeren in bepaalde gebieden worden voorgeschreven, dat bouw- of aanlegvergunning slechts mag worden verleend mits vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben. Gedeputeerde staten kunnen de verklaring weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2174
- ABRvS 13 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0246
- ABRvS 29 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD0791
- ABRvS 19 april 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AW2311
- ABRvS 29 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF8031
- ABRvS 8 augustus 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD3370
- Rb. Utrecht 15 februari 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BP4612
- Rb. 's-Hertogenbosch 5 februari 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BL2975
- Rb. 's-Gravenhage 22 oktober 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AM3302
- Hof 's-Gravenhage 24 februari 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AO6004