ABRvS 8 augustus 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD3370
Tegen verklaring van geen bezwaar ex art. 16 WRO staat zelfstandig bezwaar open bij GS. Verlenen bouwvergunningen voor aantal woningen. De betrokken gronden zijn in het bestemmingsplan aangewezen voor "Wonen I". Ingevolge art. 6.1 planvoorschriften mogen deze gronden slechts worden bebouwd overeenkomstig een door B&W vast te stellen uitwerking. Ingevolge het zesde lid mogen in afwijking van het eerste lid de gronden worden bebouwd voordat de voorgeschreven uitwerking rechtskracht heeft verkregen, indien: a. de op te richten bebouwing overeenstemt met, dan wel op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een vastgestelde uitwerking of een daarvoor gemaakt ontwerp, en b. GS vooraf hebben verklaard dat zij tegen het verlenen van de vereiste bouwvergunning geen bezwaar hebben. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat art. 6.6 niet kan worden toegepast voordat B&W een ontwerp-uitwerkingsplan hebben vastgesteld. De tekst van die bepaling biedt geen steun aan het stellen van die eis aan de betrokken ontwerpen. Aan de beslissing op bezwaar kleeft wel een ander, niet door de rechtbank geconstateerd gebrek. GS van Utrecht hebben de ex art. 6.6.b vereiste verklaringen van geen bezwaar verleend. In het kader daarvan konden GS de planologische aanvaardbaarheid van de ontwerp-uitwerkingsplannen beoordelen. De wettelijke grondslag voor het opnemen van dat vereiste is art. 16 WRO. Dat betekent dat de verklaringen van geen bezwaar niet ingevolge art. 15.2 WRO deel uitmaakten van de aangevochten bouwvergunningen, maar dat daartegen zelfstandig bezwaar bij GS openstond. Nu Nozema in haar tegen de verleende bouwvergunningen ingediende bezwaarschriften ook uitdrukkelijk van haar bezwaren tegen de verleende verklaringen van geen bezwaar heeft doen blijken, hadden B&W die bezwaarschriften tevens moeten aanmerken als te zijn gericht tegen de verklaringen van geen bezwaar en in zoverre moeten doorzenden aan GS. Het zou vervolgens in de rede hebben gelegen dat B&W de beslissing van GS op het bezwaar tegen de verleende verklaringen van geen bezwaar hadden afgewacht alvorens - zelf - te beslissen op de bezwaren tegen de verleende bouwvergunningen. Nu B&W niet aldus hebben gehandeld had de rechtbank om die reden de beslissing op bezwaar behoren te vernietigen. Bevestigt, met verbetering van de gronden, de uitspraak van rechtbank Utrecht van 23-11-2000, inzake no. SBR 00/766, ECLI:NL:RBUTR:2000:AA9193. 1. burgemeester en wethouders van IJsselstein, 2. de Nederlandse Omroep-Zendermaatschappij N.V. Nozema te IJsselstein, appellanten. mrs. J.J.R. Bakker, P.J.J. van Buuren, E.A. Alkema
De uitspraak op rechtspraak.nl