Art. 12 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bestemmingsplannen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Bij een bestemmingsplan kunnen voor een daarbij te stellen termijn:
a. voorlopige bestemmingen worden aangewezen;
b. voorlopige gebruiksregelen als bedoeld in artikel 10 worden gegeven.
2. De gemeenteraad kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste drie jaren verlengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Keus 6 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG5051
- ABRvS 3 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO2699
- ABRvS 20 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9954
- ABRvS 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1138
- ABRvS 20 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8848
- ABRvS 27 juni 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA8160
- ABRvS 27 april 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT4714
- Rb. Zutphen 12 februari 2003, ECLI:NL:RBZUT:2003:AH8792
- Rb. Haarlem 29 november 2001, ECLI:NL:RBHAA:2001:AD6758