Art. 12 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bestemmingsplannen

Wet op de Ruimtelijke Ordening

1. Bij een bestemmingsplan kunnen voor een daarbij te stellen termijn:

a. voorlopige bestemmingen worden aangewezen;

b. voorlopige gebruiksregelen als bedoeld in artikel 10 worden gegeven.

2. De gemeenteraad kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste drie jaren verlengen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen