Art. 18 Wet op de Ruimtelijke Ordening, Bestemmingsplannen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
1. Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 17 of toepassing zal worden gegeven aan het derde lid.
2. Indien besloten wordt geen toepassing te geven aan het derde lid wordt de vrijstelling geweigerd.
3. Op de voorbereiding van het besluit omtrent de vrijstelling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:
a. zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder;
b. in afwijking van artikel 3:18, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 15 januari 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF2905
- ABRvS 6 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN9548
- ABRvS 23 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA5494
- ABRvS 26 maart 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF6392
- ABRvS 24 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF2520
- Rb. Zutphen 10 januari 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ4624
- Rb. Utrecht 19 november 2001, ECLI:NL:RBUTR:2001:AD9216
- Rb. Middelburg 28 april 2006, ECLI:NL:RBMID:2006:AY6163
- Rb. Maastricht 17 januari 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3294
- Rb. Almelo 15 oktober 2008, ECLI:NL:RBALM:2008:BF9964
- Rb. Almelo 8 oktober 1999, ECLI:NL:RBALM:1999:AA6768
- Rb. Alkmaar 1 augustus 2006, ECLI:NL:RBALK:2006:AY5692
- Hof 's-Gravenhage 24 februari 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AO6004