Art. 45g Advw, Toezicht
1. De deken kan voor de overtreding van het bepaalde bij of krachtens een verordening als bedoeld in de artikelen 9b, zevende lid, 9c, tweede lid, en 28, tweede lid, onderdelen a tot en met d, een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen.
2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste een bedrag van de geldboete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
3. Een bestuurlijke boete wordt niet opgelegd indien tegen de advocaat jegens dezelfde gedraging een klacht is ingediend op grond van artikel 46c.
4. Het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete en de verbeurde last onder dwangsom komt ten bate aan de Nederlandse orde van advocaten.
5. Het bepaalde in het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een opgelegde bestuurlijke boete of een verbeurde last onder dwangsom op grond van de Wet kwaliteit incassodienstverlening.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1603
- ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:24
- Rb. Noord-Holland 18 november 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:11730
- Conclusie A-G Spronken 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:819
- ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:105
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4716
- ABRvS 28 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3610
- ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2054
- Rb. Overijssel 14 oktober 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:3979
- Rb. Noord-Holland 6 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11101
- Rb. Noord-Holland 6 december 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11099
- Rb. Midden-Nederland 3 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:522
- Rb. Gelderland 27 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4043
- Conclusie A-G de Lange-Tegelaar 30 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1339