ABRvS 28 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3610
Bij brief van 8 april 2019 heeft de Deken van de Orde van Advocaten van het arrondissement Amsterdam aan [verzoeker] medegedeeld dat de door hem gevraagde interventie niet tot zijn mogelijkheden behoort en dat hij geen reden ziet om verdere stappen te nemen. Bij brief van 5 april 2019 heeft [verzoeker] de Deken het volgende gevraagd: (a) een interventie die ertoe zou moeten leiden dat alle advocaten van [advocatenkantoor] in verband met een tegenstrijdig belang terugtreden als advocaat in de tegen [verzoeker] gevoerde procedures en zijn vennootschappen. [advocatenkantoor] beschikte namelijk over vertrouwelijke informatie; b) een interventie die ertoe zou moeten leiden dat de Stichting Beheer Derdengelden [advocatenkantoor] op korte termijn een bedrag van € 152.478,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2015) aan hem betaalt. [verzoeker] stelt dat [advocatenkantoor] door een bedrag van circa € 300.000,- van NN Schade te accepteren, onjuist gebruik heeft gemaakt van zijn derdengeldenrekening.
De uitspraak op rechtspraak.nl