Rb. 's-Gravenhage 5 augustus 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6495
Medinol tegen Cordis. Medinol is houdster van vier Europese octrooien (moederoctrooi EP ‘856 en drie divisionals, EP 449, EP ‘452 en EP ‘452 ) die betrekking hebben op een bepaald type flexibele expandeerbare stents. Medinol heeft in 2000 een bodemprocedure op basis van het moederoctrooi gestart tegen Cordis wegens beweerde inbreuk door het op de markt brengen van de BX Velocity stent. De rechtbank heeft het in die zaak gevorderde provisioneel inbreukverbod afgewezen. Het gerechtshof heeft dat vonnis in 2003 vernietigd en aan Cordis een inbreukverbod voor Nederland opgelegd voor zover het betreft BX Velocity stents met een diameter van maximaal 4 mm, totdat een einduitspraak zou zijn gedaan in de hoofdzaak dan wel door de Technische Kamer van beroep van het Europees Octrooi Bureau (EOB) omtrent de geldigheid van het moederoctrooi. Medinol heeft vervolgens in een kort geding gevorderd dat aan het verbod van het gerechtshof alsnog grensoverschrijdende werking zou worden toegekend. De voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft die vordering bij vonnis in kort geding van 28 oktober 2003 afgewezen. In mei 2003 heeft Medinol tegen Cordis een bodemprocedure aanhangig gemaakt op basis van twee divisionals, te weten EP ‘450 en EP ‘452. Ook daarin werd een inbreukverbod gevraagd ten aanzien van de BX Velocity stent en de gecoate versie daarvan, genaamd Cypher stent. In reconventie vordert Cordis in die procedure vernietiging van het Nederlands deel van die divisionals. Bij vonnis van 31 maart 2004 heeft de rechtbank in conventie Medinol niet ontvankelijk verklaard in haar inbreukvorderingen, gegrond op de divisionals EP ‘450 en EP ‘452. De rechtbank stelde vast dat in casu sprake is van double patenting (meervoudige octrooiering). Bij hetzelfde vonnis heeft de rechtbank in reconventie de zaak met betrekking tot de Nederlandse delen van EP ‘450 en EP ‘452 op de voet van art. 83 lid 4 ROW 1995 geschorst totdat omtrent over de geldigheid van die octrooien in oppositie, in voorkomend geval tevens in appel, is beslist. Op 31 maart 2004 heeft de Technische Kamer van beroep van het EOB het moederoctrooi EP ‘856 herroepen wegens “lack of clarity” (artikel 84 EOV). Met betrekking tot de divisionals lopen nog oppositieprocedures. Bij dagvaarding van 24 mei 2004 heeft Medinol (andermaal) op basis van EP ‘450 een bodemprocedure op basis van het verkorte regime in octrooizaken tegen Cordis aangevangen. In die procedure zal het pleidooi plaatsvinden op 28 januari 2005. In kort geding vordert Medinol thans in conventie dat Cordis zal worden bevolen hangende een eindoordeel in hoger beroep in de terzake aanhangige bodemprocedure direct of indirect betrokken te zijn bij directe of indirecte inbreuk zelf of door middel van een (direct of indirect verbonden) (rechts) persoon op Europees octrooi EP ‘450, niet alleen voor Nederland, maar voor alle landen waar dit octrooi geldig is, met uitzondering van Duitsland. In reconventie vordert Cordis dat Medinol zal worden verboden wederom in kort geding vorderingen tegen Cordis in te stellen op basis van beweerde inbreuk op de divisionals, te weten EP ‘449 en/of EP ‘450 en/of EP’452, totdat omtrent de geldigheid van die octrooien in oppositie, in voorkomend geval tevens in appèl, is beslist op straffe van een dwangsom van € 10.000.000,-- per overtreding van het uit te spreken verbod. De voorzieningenrechter wijst de vordering van Medinol af; verbiedt Medinol om wederom in kort geding vorderingen tegen Cordis in te stellen op basis van beweerde inbreuk op de octrooien EP ‘449 en/of ‘450 en/of ‘452, totdat omtrent de geldigheid van die octrooien in oppositie, in voorkomend geval tevens in appèl, is beslist, dan wel de desbetreffende oppositieprocedure om andere redenen is geëindigd; bepaalt dat Medinol voor iedere overtreding van voormeld verbod ten gunste van Cordis een dwangsom zal verbeuren van € 5.000.000,--; bepaalt dat die dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl