Art. 14 Ambtenarenwet 2017, Overgangs- en slotbepalingen
1. Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren wordt de aanstelling die voor dat tijdstip is verleend aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtenarenwet, die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren aanspraak had op bezoldiging als bedoeld in artikel 115 van de Ambtenarenwet die kwalificeert als loon in de zin van artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Van de arbeidsovereenkomst maken deel uit de op dat tijdstip ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen inzake zijn arbeidsvoorwaarden, waaronder in ieder geval zijn begrepen: duur van het dienstverband, bezoldiging, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten.
2. Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren wordt de aanstelling die voor dat tijdstip is verleend aan een ambtenaar als bedoeld in het eerste lid die geen aanspraak had op bezoldiging als bedoeld in het eerste lid van rechtswege omgezet in een overeenkomst. Van de overeenkomst maken deel uit de op dat tijdstip ten aanzien van de ambtenaar bestaande beslissingen, afspraken en toezeggingen inzake het verrichten van de arbeid, waaronder in ieder geval zijn begrepen: duur van het dienstverband, kostenvergoedingen, werktijden, rooster, verlof, faciliteiten voor de uitoefening van de functie en studiefaciliteiten.
3. Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren worden aanstellingen verleend voorafgaand aan de aanstelling, bedoeld in het eerste lid, als arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht beschouwd.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 3.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 27 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2353
- Hof Amsterdam 20 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:619
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 juli 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3935
- Rb. Rotterdam 28 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9010
- Rb. Overijssel 6 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5995
- Rb. Overijssel 29 november 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:6375
- Rb. Oost-Brabant 11 maart 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:1339
- Rb. Noord-Nederland 17 november 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4851
- Rb. Noord-Nederland 3 maart 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1106
- Rb. Midden-Nederland 15 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5510
- Rb. Midden-Nederland 10 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5420
- Rb. Midden-Nederland 2 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4664
- Rb. Gelderland 28 november 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6570
- Rb. Gelderland 17 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3599
- Rb. Den Haag 26 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11700
- Rb. Den Haag 15 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10251
- Rb. Amsterdam 8 september 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9071