Hof Amsterdam 20 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:619
In deze zaak komt een tweetal principiële vragen over de berekening van de transitievergoeding aan de orde. Het gaat daarbij om een medewerker van de Kamer van Koophandel die sinds 1 januari 2020, de datum van inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft. De eerste vraag die beantwoord moet worden is of (a) eerdere dienstjaren bij een gelieerde rechtspersoon moeten worden meegenomen bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding. De tweede vraag die voorligt is of (b) twee zogenoemde harmonisatietoelagen daarbij meetellen. Het hof is van oordeel dat vraag (a) bevestigend moet worden beantwoord en vraag (b) ontkennend.
De uitspraak op rechtspraak.nl