Art. 94d Sv, Inbeslagneming
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Tot bewaring van het recht tot verhaal kan de officier van justitie namens de staat de bevoegdheden uitoefenen, welke in het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn toegekend aan een schuldeiser die in zijn verhaalsmogelijkheden is benadeeld als gevolg van een onverplicht door de schuldenaar verrichte rechtshandeling. Artikel 94c, onder c en e, is van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de toepassing van de artikelen 46 en 47, Boek 3, van het Burgerlijk Wetboek geldt het in die artikelen bedoelde vermoeden van wetenschap voor rechtshandelingen welke door de verdachte of veroordeelde zijn verricht binnen één jaar vóór het tijdstip waarop de vervolging tegen hem is aangevangen.
3. De officier van justitie heeft voorts tot bewaring van het recht tot verhaal de bevoegdheid namens de staat als schuldeiser in het faillissement van de verdachte of veroordeelde op te komen. Zolang het bedrag van de boete of van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet vaststaat wordt hij geacht voor een voorwaardelijke vordering op te komen.
4. De officier van justitie behoudt de in de eerste twee leden bedoelde bevoegdheden ondanks faillissement, voor zover de voorwerpen waarop de onverplichte rechtshandelingen betrekking hebben, niet door de curator op grond van de artikelen 42 tot en met 51 van de Faillissementswet worden opgevorderd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 2 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:112
- HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4095
- HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:181
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 april 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2269
- Rb. Rotterdam 16 mei 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW7675
- Rb. Den Haag 16 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14828
- Rb. Amsterdam 24 juli 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4619
- Rb. Amsterdam 3 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7195
- HR 9 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0345
- Hof Den Haag 27 juni 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2023
- Hof Den Haag 28 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3712
- Rb. Zutphen 17 maart 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BH6231
- Rb. 's-Gravenhage 4 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4621
- Rb. Rotterdam 5 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP1894
- Rb. Overijssel 23 juli 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2569
- Rb. Overijssel 11 augustus 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:3129
- Rb. Amsterdam 2 februari 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA4740
- Conclusie A-G Snijders 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:117
- Conclusie A-G Keulen 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:733
- Conclusie A-G Spronken 3 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:714