HR 9 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0345

Beklag, beslag ex art. 94a en 94 Sv op onroerende zaken (woonhuis, restaurant en parkeerterrein) in strafzaken tegen aandeelhouders van inmiddels failliet verklaarde Amerikaanse rechtspersoon, waarna curator klaagschrift indient en beslag ex art. 94 Sv op last van OvJ wordt opgeheven. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep curator t.a.v. beslagen ex art. 94 Sv. 2. Conservatoir derdenbeslag op onroerende zaken toelaatbaar? 3. Mogen onroerende zaken, die aan rechtspersoon toebehoren, in beslag worden genomen i.v.m. mogelijke ontneming van door haar aandeelhouders of bestuurders wederrechtelijk verkregen voordeel? 4. Kan beslag ex art. 94a Sv mede dienen tot bewaring van recht van verhaal voor aan verdachte op te leggen verplichtingen door inbeslagneming van vermogensbestanddelen van rechtspersoon op enkele grond dat verdachte met deze rechtspersoon kan worden vereenzelvigd? 5. Kon RC nog toestemming verlenen voor leggen van conservatoir beslag nadat strafzaak reeds ttz. aanhangig was gemaakt? Ad 1. V.zv. beroep zich richt tegen beschikking Rb inzake beslagen die zijn gelegd ten einde waarheid aan de dag te brengen, heeft curator daarbij geen belang, nu deze reeds op last van OvJ zijn opgeheven. Curator is derhalve is zoverre n-o in zijn beroep. Ad 2. Ex art. 718 jo. 475 Rv, welke bepalingen ex art. 94c Sv op beslag a.b.i. art. 94a Sv van overeenkomstige toepassing zijn, kan conservatoir beslag onder derden niet worden gelegd op onroerende zaken. Klacht keert zich derhalve terecht tegen oordeel Rb dat strafwet conservatoir derdenbeslag op onroerende zaken toelaat. Ad 3. Door te oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat rechter, later oordelend, staat of OM zal toestaan verhaal uit te oefenen op inbeslaggenomen onroerende zaken, heeft Rb (gelet op voorlopig karakter van de bij art. 552a Sv gegeven procedure) juiste maatstaf aangelegd. Ad 4. Deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. Daarbij kan in het midden blijven of en onder welke omstandigheden voor zodanige ‘’omgekeerde’’ doorbraak van aansprakelijkheid steun in het recht is te vinden. Immers, bij totstandkoming van Wet van 10-12-1992 (Stb. 1993, 11), waarbij mogelijkheden tot toepassing van maatregel van ontneming van w.v.v. en andere vermogenssancties zijn verruimd, heeft wetgever in art. 94a en 94b Sv mogelijkheden en formaliteiten voor beslag op de daar genoemde zaken en vermogensrechten aangegeven, terwijl hij met “actio Pauliana” van art. 94d Sv voor OM extra instrument heeft gecreëerd tot bewaring van recht tot verhaal op aan verdachte toebehorende voorwerpen. Andere, verder strekkende mogelijkheden en instrumenten zijn door wetgever niet, ook niet in parlementair debat, onder ogen gezien. In het licht van de ex art. 1 Sv geboden restrictieve interpretatie van voorschriften inzake toepassing van dwangmiddelen kan daarom niet worden aanvaard dat conservatoir beslag van art. 94a Sv ruimere toepassing zou krijgen dan in WvSv is voorzien. Ad 5. Uit aard en strekking van art. 103 Sv volgt niet dat wetgever bij bepaling van de aan RC gegeven bevoegdheid deze heeft willen beperken tot geval dat behandeling van zaak nog niet ter openbare tz. is aangevangen. Oordeel Rb dat RC nog toestemming kon verlenen voor leggen van conservatoir beslag nadat strafzaak reeds ttz. aanhangig was gemaakt, geeft derhalve geen blijk van onjuiste rechtsopvatting. HR verklaart curator n-o in zijn beroep, v.zv. gericht tegen beslissing t.a.v. beslagen ten einde waarheid aan de dag te brengen, verklaart beklag gegrond en beveelt opheffing van gelegde beslagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen