Art. 300 Sv, Onderzoek op de terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De voorzitter kan ambtshalve of op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte bepalen dat de vragen met betrekking tot de geestvermogens van de verdachte buiten diens tegenwoordigheid zullen worden gesteld en behandeld, en voorts dat de officier van justitie of de raadsman buiten de tegenwoordigheid van de verdachte betreffende diens geestvermogens het woord zal voeren.
2. Na terugkeer van de verdachte in de zittingzaal wordt hem mededeling gedaan van wat tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2036
- Conclusie A-G Hofstee 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1001
- Rb. Zutphen 26 augustus 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BE9216
- Conclusie A-G Spronken 8 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1025
- Conclusie A-G Silvis 10 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1050
- Conclusie A-G Langemeijer 12 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV9448
- Conclusie A-G Vellinga 16 augustus 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT6918
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 april 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:54
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 24 april 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:53
- Hof Arnhem 27 december 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6299