Art. 296 Sv, Onderzoek op de terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Na het afleggen van zijn verklaring blijft de getuige in de zittingzaal, tenzij de rechtbank, met toestemming van de officier van justitie en de verdachte, hem vergunt zich te verwijderen, zo nodig met het bevel op een te bepalen tijdstip opnieuw aanwezig te zijn.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is de toestemming van de verdachte niet vereist indien ten aanzien van de getuige het vermoeden bestaat, bedoeld in artikel 290, derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Knigge 2 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF5691
- Rb. 's-Hertogenbosch 21 december 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY6993
- Conclusie A-G Harteveld 14 januari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:10
- Conclusie A-G Silvis 10 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1050
- Conclusie A-G Vellinga 21 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA0398
- Conclusie A-G Vellinga 11 januari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1287
- Conclusie A-G Vellinga 26 oktober 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM4310
- Conclusie A-G Knigge 10 juni 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC6779
- Conclusie A-G Moons 22 september 1964, ECLI:NL:PHR:1964:4
- HR 10 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6779
- HR 20 oktober 1964, ECLI:NL:HR:1964:102