Conclusie A-G Spronken 8 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1025
Conclusie AG. Verwijdering uit zittingzaal door voorzitter hof na herhaalde ordeverstoringen (art. 273 lid 3 Sv). Verdachte heeft daardoor niet kunnen reageren op het requisitoir en de vordering b.p. en heeft niet het laatste woord kunnen voeren. Verdachte werd ook niet bijgestaan door een raadsman die namens hem het woord kon voeren. Had het hof moeten onderzoeken of verdachte na verwijdering in staat zou zijn terug te keren in de zittingszaal om het woord tot verdediging te voeren? Zie HR 9 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA5025, waarin de HR overwoog dat hof gelet op de hoogte van de gevorderde straf en het feit dat de verdachte niet werd bijgestaan door een raadsman, tot een onderzoek m.b.t. terugkeer van verdachte gehouden was. De AG bepleit, op grond van het fundamentele recht van de verdachte op aanwezigheid tijdens de zitting ex art. 6 EVRM en de Straatsburgse jurisprudentie op dit punt, als algemeen uitgangspunt te hanteren dat de rechter bij verwijdering van een verdachte uit de zittingszaal, ook als deze wordt bijgestaan door een raadsman, altijd gehouden is voor de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting te onderzoeken of verdachte in staat en bereid is, zonder ordeverstoring, terug te keren in de zittingszaal en daar het (laatste) woord tot verdediging te voeren. In onderhavige zaak blijkt niet dat het hof zo’n onderzoek heeft verricht. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl