Conclusie A-G Vellinga 16 augustus 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT6918

Getuigenverhoor buiten aanwezigheid verdachte: ondervragingsrecht en aanwezigheidsrecht. 1. De beslissing om de getuige buiten tegenwoordigheid van verdachte te horen behoeft geen motivering (HR NJ 1987, 443). 2. Verdachte is door de aanwezigheid van zijn raadsman bij het verhoor van de getuige in de gelegenheid geweest vragen te doen stellen, zodat geen strijd bestaat met art. 6.3.d EVRM, nu daarin sprake is van "to examine or have examined witnesses against him". Dit voorschrift is in acht genomen indien de gelegenheid is geboden tot hetzij ondervragen hetzij doen ondervragen (HR LJN AM2772). 3. Verdachte is op de hoogte gesteld van hetgeen tijdens zijn afwezigheid is voorgevallen en hij is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Die gang van zaken is niet in strijd met art. 6 EVRM, in het bijzonder niet met het recht van verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen