HR 10 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6779

1. Horen getuigen in elkaars aanwezigheid, artt. 289, 296, 297 Sv. 2. Opmaken verkort pv, art. 281.4 Sv. Ad 1. Art. 289 Sv, dat ex art. 415 Sv ook in appèl van toepassing is, geeft voorschriften omtrent de volgorde van de gang van zaken bij het verhoor van getuigen, Ex art. 289.3 Sv kan de vz. zo nodig maatregelen nemen om de getuigen te beletten dat zij zich, vóór hun verhoor met elkaar onderhouden. Art. 296.1 Sv, inhoudend dat de getuige na het afleggen van zijn verklaring in beginsel in de zittingszaal blijft, strekt ertoe dat zowel Hof als partijen gedurende het hele onderzoek de gelegenheid hebben om die getuige nadere vragen te stellen of om te bewerkstelligen dat getuigen t.o. elkaar worden gesteld dan wel afzonderlijk of in elkaars bijzijn worden gehoord. De klacht dat t.a.v. de getuigen X en Y niet is gehandeld in overeenstemming met art. 289.1 Sv miskent dat deze getuigen reeds op een eerdere tz. in appèl een verklaring hadden afgelegd, zodat zij ex art. 296.1 Sv de zittingszaal niet meer behoefden te verlaten. Anders dan het middel kennelijk voorstaat is die regel niet beperkt tot de tz. waarop de getuige voor de 1e maal is gehoord. Uit art. 297.2 Sv volgt dat het aan de discretionaire bevoegdheid van de vz. is overgelaten om zonodig te bevelen dat na een afgelegde verklaring 1 of meer getuigen de zittingszaal zullen verlaten in afwachting van een nader verhoor. Ad 2. I.c. is (na schorsing) eerst een verkort pv ttz in appèl opgemaakt, welk pv is aangevuld. Mede in aanmerking genomen dat niet blijkt dat het volledige pv voor de tz. waarop het onderzoek is hervat, niet tijdig beschikbaar was voor verdachte of diens raadsman is van schending van art. 281.4 Sv geen sprake. Niet valt in te zien welk strafvorderlijk belang verdachte in de gegeven omstandigheden heeft bij de klacht dat het Hof eerst een verkort pv ttz. heeft opgemaakt alvorens dit pv uit te werken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen