Art. 292 Sv, Onderzoek op de terechtzitting
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De voorzitter ondervraagt de getuige.
2. Hij geeft daarna de rechters en de officier van justitie de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de getuige.
3. Hij stelt de verdachte in de gelegenheid om de getuige te ondervragen en naar aanleiding daarvan tegen de verklaring van die getuige in te brengen wat tot zijn verdediging kan dienen.
4. Indien echter de getuige tijdens het voorbereidende onderzoek nog niet is gehoord en op verzoek van de verdachte is opgeroepen of ter terechtzitting verschenen, wordt hij eerst door de verdachte en daarna door de voorzitter ondervraagd. Het tweede lid is van toepassing.
5. De voorzitter stelt de officier van justitie in de gelegenheid tot het maken van opmerkingen over de ondervraging bedoeld in het vierde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Vegter 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:878
- HR 24 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7408
- Conclusie A-G Vellinga 14 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8033
- Conclusie A-G Aben 29 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM4109
- Conclusie A-G Jörg 12 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4179
- Conclusie A-G Schipper 3 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG8962
- Conclusie A-G Vellinga 10 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU4676
- Conclusie A-G Vellinga 25 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AM2772
- Conclusie A-G Langemeijer 28 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AE9387
- Conclusie A-G Jörg 19 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1173
- Conclusie A-G Jörg 19 november 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1171
- Conclusie A-G Fokkens 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4383
- HR 24 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:948
- HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4383
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juni 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX2845