Art. 228 Sv, Deskundigen
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De rechter-commissaris geeft kennis van zijn beslissing tot benoeming van een deskundige aan de officier van justitie en de verdachte en van de opdracht die aan de deskundige is verstrekt.
2. In het belang van het onderzoek kan de rechter-commissaris ambtshalve of op vordering van de officier van justitie de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, uitstellen, totdat het belang van het onderzoek zich daartegen niet meer verzet.
3. Op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte kan de rechter-commissaris aanvullend onderzoek bevelen. De rechter-commissaris doet daarvan mededeling aan de deskundige, de officier van justitie en de verdachte.
4. De verdachte aan wie van de opdracht aan de deskundige kennis is gegeven, is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen, die het recht heeft bij het onderzoek van de deskundige tegenwoordig te zijn, daarbij de nodige aanwijzingen te doen en opmerkingen te maken. Hij doet daarvan binnen een week na de dagtekening van de mededeling op grond van het eerste lid, opgave aan de rechter-commissaris en de officier van justitie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 12 november 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:7823
- Rb. Midden-Nederland 25 april 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1596
- Rb. Limburg 4 januari 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BY7756
- Rb. Gelderland 8 juni 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:3284
- Rb. Gelderland 4 november 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:4287
- Rb. Dordrecht 21 oktober 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BO1342
- Conclusie A-G Aben 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU2024
- Conclusie A-G Machielse 14 december 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BO2966
- Conclusie A-G Keijzer 24 december 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE8772
- Hof 's-Gravenhage 8 november 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:5212
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 maart 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1790