HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1810

1. Afwijzing getuigenverzoeken tot horen van o.a. zegsman CIE-informant. Gevaar voor gezondheid of welzijn CIE-informant. 2. Art. 304 aanhef en onder 1 Sr, “een kind dat hij verzorgt en opvoedt als behorend tot zijn gezin”. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. beoordeling cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen. Het Hof heeft het belang om te voorkomen dat de CIE-informant in levensgevaar komt te verkeren als de door de verdediging te stellen vragen omtrent de informatiestroom door de getuigen zouden worden beantwoord, zwaarder later wegen dan het belang van verdachte om deze vragen te doen stellen. De afwijzing van het verzoek op die grond is niet onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat verdachte het misdrijf van mishandeling heeft gepleegd tegen “een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorende tot zijn gezin” a.b.i. art. 304 aanhef en onder 1 Sr geeft niet blijk van een onjuiste uitleg van die bepaling en dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken