Art. 12f Sv, Beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. De klager en de persoon wiens vervolging wordt verlangd kunnen zich in raadkamer doen bijstaan. Zij kunnen zich doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde. Van deze bevoegdheid, alsmede van de mogelijkheid om toevoeging van een advocaat te verzoeken, wordt hun in de oproeping mededeling gedaan.
2. De voorzitter van het gerechtshof staat, behoudens in de gevallen bedoeld in de artikelen 12b en 12c, de klager en de persoon wiens vervolging wordt verlangd, alsmede hun advocaten of gemachtigden toe van de op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen indien daarom wordt verzocht. Kennisneming geschiedt op de wijze door de voorzitter te bepalen. De voorzitter kan, ambtshalve of op vordering van de advocaat-generaal, bepaalde stukken van kennisneming uitzonderen in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de opsporing of vervolging van strafbare feiten of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend.
3. De voorzitter kan, ambtshalve of op vordering van de advocaat-generaal, bepalen dat in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de opsporing en vervolging van strafbare feiten of op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen afschrift wordt verstrekt.
4. De klager of de persoon wiens vervolging wordt verlangd wordt in het geval, bedoeld in het derde lid, schriftelijk medegedeeld dat hem van bepaalde stukken of gedeelten daarvan geen afschrift wordt verstrekt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX5566
- ABRvS 2 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1153
- ABRvS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2217
- HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1633
- Hof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2347
- ABRvS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1051
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2334
- Conclusie A-G Hofstee 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO1633
- Conclusie A-G Langemeijer 30 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:963
- Conclusie A-G Silvis 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:179
- Conclusie A-G Fokkens 19 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX5566
- Conclusie A-G Hofstee 17 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BN7749
- Hof Den Haag 9 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2344
- Hof Den Haag 19 mei 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:1204
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1049
- ABRvS 11 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3319
- ABRvS 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:537
- Rb. 's-Hertogenbosch 20 april 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW6145
- Rb. 's-Gravenhage 21 september 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2462
- Rb. Rotterdam 25 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3966