Art. 126ua Sv, Bijzondere bevoegdheden tot opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek een vordering doen gegevens te verstrekken terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een communicatiedienst in de zin van artikel 138h. Artikel 126u, tweede lid, is van toepassing.
2. Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, bij de aanbieder niet bekend zijn en zij nodig zijn voor de toepassing van artikel 126t of artikel 126u, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek vorderen dat de aanbieder de gevorderde gegevens op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze achterhaalt en verstrekt.
3. In geval van een vordering als bedoeld in het eerste of tweede lid is artikel 126u, vierde lid, onder a, b, c en d, van overeenkomstige toepassing en blijft artikel 126bb, eerste tot en met vierde lid, buiten toepassing.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door de opsporingsambtenaar of de officier van justitie worden gevorderd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475
- HR 21 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:241
- HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:408
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:477
- HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:476
- Rb. 's-Gravenhage 21 februari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9109
- Rb. Rotterdam 27 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4427
- Conclusie A-G Bleichrodt 27 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:228
- Conclusie A-G Vegter 10 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:27
- Hof Den Haag 26 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:683