Art. 30 ZW, Van het ziekengeld
1. De zieke werknemer is verplicht:
a. passende arbeid te verrichten indien hij daartoe in de gelegenheid wordt gesteld;
b. in voldoende mate te trachten passende arbeid te verkrijgen; en
c. geen eisen te stellen in verband met door hem te verrichten arbeid die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.
2. Weigert de werknemer die aanspraak maakt op ziekengeld zonder deugdelijke grond de arbeid, bedoeld in het eerste lid, te verrichten, dan wordt het loon dat hij zou hebben ontvangen indien hij deze arbeid wel verricht had, beschouwd als inkomen als bedoeld in artikel 31, eerste lid.
3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde werknemer verplichten zich als werkzoekende te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen degene aan wie ziekengeld is toegekend voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voorzover dit voortvloeit uit de taak, bedoeld in artikel 30 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
5. Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste lid wordt, gedurende de eerste periode van zes maanden waarin recht bestaat op ziekengeld, verstaan arbeid die aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden. Na deze periode van zes maanden is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, passend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening of arbeid op grond waarvan men niet als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet wordt aangemerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, waarbij tevens wordt bepaald op welke wijze wordt vastgesteld of arbeid aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer ziek is geworden, alsmede in welke gevallen een periode waarin een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet bestaat, wordt meegeteld bij de vaststelling van de periode, bedoeld in de eerste zin.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 13 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1188
- CRvB 14 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2378
- Rb. Rotterdam 19 oktober 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AR5089
- Rb. Oost-Brabant 4 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1300
- Rb. Noord-Nederland 28 november 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5415
- Rb. Noord-Nederland 20 september 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:4604
- Rb. Noord-Holland 17 maart 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:2365
- Rb. Haarlem 3 februari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP7646
- Rb. Den Haag 12 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:719
- Rb. Den Haag 26 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:2837
- Rb. Den Haag 8 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13675
- Rb. Den Haag 7 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:147
- Rb. Amsterdam 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7678
- CRvB 26 maart 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:464
- CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2834
- CRvB 6 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2544
- CRvB 3 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6130
- CRvB 1 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR7014
- CRvB 13 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AA7223
- CRvB 18 december 1996, ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6672