CRvB 28 augustus 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2834
Bij nader besluit heeft het Uwv het eerdere besluit ingetrokken en meegedeeld dat daarmee het besluit van 12 februari 2016 rechtskracht herkrijgt. Het Uwv zich daarin terecht op het standpunt gesteld dat op een inzichtelijke en overtuigende wijze is onderbouwd dat de aan betrokkene aangeboden arbeid passend is. Daarom berust de in het besluit van 12 februari 2016 met ingang van 1 april 2015 vastgestelde korting wegens (fictief) inkomen op juiste gronden. De rechtbank is buiten de omvang van het geding getreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl