Rb. Noord-Holland 17 maart 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:2365
Zw. Beëindiging ziektewetuitkering na bezwaar van ex-werkgever. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat bij een herbeoordeling in het kader van de ziektewet, na het eerste jaar, het UWV de arbeidsongeschiktheid van verzekerde dient te toetsen aan algemeen geaccepteerde arbeid en niet slechts aan de laatst verrichte arbeid. De tekst van artikel 19aa van de Zw en de Memorie van Toelichting daarop bevatten geen aanknopingspunten voor het standpunt van eiser dat dit criterium uitsluitend geldt bij de eerstejaars beoordeling en dat daarna weer moet worden teruggegrepen op de laatst verrichte arbeid. Verweerder heeft dan ook de juiste maatstaf gehanteerd. Ook in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep wordt uitgegaan van deze maatstaf. De bezwaarverzekeringsarts heeft voorts voldoende toegelicht dat de klachten van eiser niet leiden tot meer beperking dan die welke reeds zijn aangenomen. Ook de geschiktheid van eiser voor de geduide functies is voldoende door de bezwaararbeidskundige toegelicht. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl