Art. 25d Auteurswet, De exploitatieovereenkomst
1. De maker kan in rechte een aanvullende billijke vergoeding vorderen van zijn wederpartij, indien de overeengekomen vergoeding gelet op de wederzijdse prestaties een onevenredigheid vertoont in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie van het werk.
2. Indien de onevenredigheid tussen de vergoeding van de maker en de opbrengst van de exploitatie van het werk is ontstaan nadat het auteursrecht door de wederpartij van de maker aan een derde is overgedragen of gelicentieerd, kan de maker de vordering als bedoeld in het eerste lid tegen de derde instellen voor zover de opbrengst van de exploitatie van het werk aan deze derde toekomt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 20 september 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:4775
- Rb. Noord-Holland 24 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11537
- Rb. Amsterdam 25 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2927
- Rb. Amsterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3566
- Rb. Amsterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3565
- Hof Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2089
- Hof Amsterdam 23 juli 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2077