Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:11117
Vernietiging van de managementovereenkomst en productieovereenkomst door deejay ongegrond. Beroep op dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden afgewezen. Ook kan niet worden gezegd dat management en platenmaatschappij in hun verplichtingen tegenover deejay toerekenbaar tekortgeschoten zijn. De eenzijdige verlengingsoptie in de productieovereenkomst is op grond van artikel 25f Auteurswet nietig. De verlengingsoptie in de managementovereenkomst is vanwege de nauwe samenhang tussen beide overeenkomsten eveneens nietig. Deejay is in de gegeven omstandigheden aan te merken als fonogrammenproducent van zijn Tracks.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 356 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 25f Auteurswet
- Artikel 6:74 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:212 BW6
- Artikel 6:228 BW6
- Artikel 6:248 BW6
- Artikel 6:258 BW6
- Artikel 3:44 BW3
- Artikel 1 WNR
- Artikel 2 WNR
- Artikel 1d WNR