Art. 25c Auteurswet, De exploitatieovereenkomst
1. De maker heeft recht op een in de overeenkomst te bepalen billijke vergoeding voor de verlening van exploitatiebevoegdheid. De vergoeding die tot stand komt na onderhandelingen tussen een vereniging van makers die blijkens haar statuten de belangen behartigt van makers die zelfstandigen zonder personeel zijn, en een exploitant of een vereniging van exploitanten, wordt vermoed billijk te zijn.
2. Indien de maker exploitatiebevoegdheden heeft verleend ten aanzien van een exploitatie op een ten tijde van sluiting van de overeenkomst nog onbekende wijze en de wederpartij gaat hiertoe over, is hij de maker hiervoor een aanvullende billijke vergoeding verschuldigd. Is de bevoegdheid door de wederpartij van de maker overgedragen aan een derde die tot de bedoelde exploitatie overgaat, dan kan de maker de aanvullende billijke vergoeding van de derde vorderen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 31 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4472
- Rb. Gelderland 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4916
- Rb. Amsterdam 4 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2196
- Rb. Amsterdam 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7772
- Rb. Amsterdam 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7763
- Rb. Amsterdam 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7762
- Rb. Amsterdam 25 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2927
- Rb. Amsterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3566
- Rb. Amsterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3565
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 10 juni 2026, ECLI:NL:OGEAA:2026:160
- Hof Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2089