Art. 268a Fw, Van surseance van betaling
In afwijking van artikel 268 kan de rechter-commissaris op verzoek van de schuldenaar of de bewindvoerder bij gemotiveerde beschikking een aangeboden akkoord vaststellen als ware het aangenomen, indien:
a. drie vierde van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd; en
b. de verwerping van het akkoord het gevolg is van het tegenstemmen van een of meer schuldeisers die, alle omstandigheden in aanmerking genomen en in het bijzonder het percentage dat die schuldeisers, zou de boedel worden vereffend, naar verwachting aan betaling op hun vordering zullen ontvangen, in redelijkheid niet tot dit stemgedrag hebben kunnen komen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0966
- HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3110
- Conclusie A-G van Peursem 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885
- Rb. Rotterdam 3 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8742
- Rb. Noord-Nederland 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4089
- Rb. Limburg 18 december 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:11944
- Hof Amsterdam 4 november 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4031