Art. 268 Fw, Van surseance van betaling
1. Tot het aannemen van het akkoord wordt vereist de toestemming van de gewone meerderheid van de ter vergadering verschenen erkende en toegelaten schuldeisers, die tezamen ten minste de helft van het bedrag van de erkende en toegelaten schuldvorderingen vertegenwoordigen. Geen toestemming is vereist van een erkende of toegelaten schuldeiser, voorzover zijn schuldvordering is gegrond op een verbeurde dwangsom.
2. Artikel 147 is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0966
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:574
- HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2991
- Rb. Rotterdam 3 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8742
- Rb. Rotterdam 18 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:11068
- Rb. Noord-Nederland 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4089
- Rb. Amsterdam 28 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3197
- Rb. Amsterdam 21 februari 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AD9668
- Conclusie A-G Timmerman 16 oktober 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BJ7317
- Conclusie A-G Timmerman 4 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR4483
- Hof Leeuwarden 4 juni 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6800