Art. 272 Fw, Van surseance van betaling
1. De rechtbank geeft zo spoedig mogelijk haar met redenen omklede beschikking.
2. Zij zal de homologatie weigeren:
1°. indien de baten van de boedel de bij het akkoord bedongen som te boven gaan;
2°. indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
3°. indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer schuldeisers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
4°. indien het loon en de verschotten van de deskundigen en de bewindvoerders niet in handen van de bewindvoerders zijn gestort of daarvoor zekerheid is gesteld.
3. Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
4. De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in artikel 216 voorgeschreven wijze.
5. In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren.
6. De artikelen 154-156 en 160 vinden overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Timmerman 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0966
- Conclusie A-G van Peursem 8 juli 2019, ECLI:NL:PHR:2019:810
- Hof Arnhem-Leeuwarden 29 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:574
- Conclusie A-G Timmerman 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369
- Hof Leeuwarden 7 april 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BI2399
- Hof Leeuwarden 21 juli 2006, ECLI:NL:GHLEE:2006:AY4796
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5413
- Rb. 's-Gravenhage 3 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3533
- Rb. Rotterdam 3 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8742
- Rb. Rotterdam 18 december 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:11068
- Rb. Noord-Nederland 15 november 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4653
- Rb. Noord-Nederland 12 november 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4575
- Rb. Midden-Nederland 3 augustus 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3739
- Rb. Midden-Nederland 8 april 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1362
- Rb. Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4145
- Rb. Den Haag 13 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18898
- Rb. Amsterdam 23 september 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5452
- Rb. Amsterdam 13 maart 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AF5870
- Conclusie A-G Timmerman 4 februari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR4483
- Conclusie A-G Mok 15 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9052