Art. 265 Fw, Van surseance van betaling
1. Ter vergadering brengen zowel de bewindvoerders als de deskundigen, zo die er zijn, schriftelijk verslag uit over het aangeboden akkoord. Artikel 144 vindt overeenkomstige toepassing.
2. Vorderingen, na afloop van de in artikel 255, 1°., genoemde termijn, doch uiterlijk twee dagen vóór de dag, waarop de vergadering zal worden gehouden, bij de bewindvoerders ingediend, worden op daartoe ter vergadering gedaan verzoek op de lijst geplaatst, indien noch de bewindvoerders, noch een der aanwezige schuldeisers daartegen bezwaar maken.
3. Vorderingen, daarna ingediend, worden niet op de lijst geplaatst.
4. De bepalingen van de twee voorgaande leden zijn niet toepasselijk, indien de schuldeiser buiten het Rijk in Europa woont en daardoor verhinderd was zich eerder aan te melden.
5. Ingeval van bezwaar, als in het tweede lid bedoeld, of van geschil over het al of niet aanwezig zijn der verhindering, in het vierde lid bedoeld, beslist de rechter-commissaris, na de vergadering te hebben geraadpleegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9052
- Rb. Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:646
- Rb. Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:645
- Conclusie A-G van Peursem 14 juli 2017, ECLI:NL:PHR:2017:885
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5413
- Hof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1326
- Hof Amsterdam 19 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1325
- Rb. Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4145
- Rb. Den Haag 13 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18898
- Conclusie A-G Timmerman 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:528
- Conclusie A-G Timmerman 21 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:526
- Conclusie A-G Mok 15 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA9052