Rb. Amsterdam 2 februari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:645
Verzoeken tot intrekking van de (voorlopig) verleende surseance van betaling. Behandeling achter gesloten deuren, niet in raadkamer. Verzoeken worden afgewezen. De situatie op dit moment is niet zodanig anders dan op het moment waarop de (voorlopige) surseance werd verleend dat het nu in het belang van de schuldeisers is dat de surseance wordt ingetrokken (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 januari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:574). Evenmin is komen vast te staan dat de overige in artikel 242 Fw lid 1 opgesomde gevallen zich voordoen en niet is gebleken dat (het bestuur van) Oi Coop sinds de (voorlopige) surseance is verleend, handelt in strijd met de bepalingen van de Faillissementswet. Wetsverwijzingen Faillissementswet 228 Faillissementswet 231 Faillissementswet 242
De uitspraak op rechtspraak.nl