Rb. Den Haag 23 april 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8217
Verdachte Raymond P., (ex-)medewerker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar wegens schending van staatsgeheimen, ambtelijke corruptie en witwassen. Verdachte heeft in opdracht van de Russische buitenlandse inlichtingendienst SVR honderden vertrouwelijke documenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken - waarvan is gebleken, dat die betrekking hadden op politieke en militaire aangelegenheden rond de NAVO en de EU en vooral in relatie tot Rusland - via twee in Duitsland woonachtige Russische agenten doorgespeeld aan de Russische Federatie. Deze Russische agenten waren zogenoemde "illegals" die met gefingeerde identiteiten en de aliassen Andreas Anschlag (codenaam "Pit") en Heidrun Anschlag-Freud (codenaam "Tina") de opdracht hadden om onder meer informatie met betrekking tot genoemde aangelegenheden te verzamelen, te coderen en door middel van zogeheten "dead letter boxes" (geduid als geheime plaatsen) aan de Centrale in Moskou over te dragen. In het strafdossier van verdachte bevindt zich een groot aantal tekstfragmenten afkomstig uit het telegrafisch berichtenverkeer dat tussen de Centrale en het echtpaar Anschlag heeft plaatsgevonden. Mede op grond van genoemde tekstfragmenten acht de rechtbank bewezen dat verdachte agent "BR" is die door Andreas Anschlag werd gerund en dat er in de periode van januari 2009 - augustus 2011 meerdere ontmoetingen tussen Andreas Anschlag en verdachte hebben plaatsgevonden, waarbij die vertrouwelijke documenten door verdachte zijn overhandigd. De rechtbank heeft vastgesteld dat zich daaronder documenten met staatsgeheime informatie bevonden waardoor de belangen van de Nederlandse staat en zijn bondgenoten in gevaar zijn gebracht. Dit wordt verdachte zeer zwaar aangerekend. Aan de ernst van de feiten draagt bij dat verdachte al sinds 1978 als ambtenaar op het Ministerie van Buitenlandse Zaken in verschillende functies en op verschillende diplomatieke posten in het buitenland werkzaam is geweest en daarmee steeds een functie heeft bekleed waarvan het omgaan met vertrouwelijke informatie een essentieel onderdeel was en waarop zijn werkgever - de Staat - mocht vertrouwen. De hoogte van de bedragen - die hem in een loondienst- en witwasconstructie werden uitbetaald - een bedrag van minstens € 72.200, =, wijst daarbij op de waardevolle positie die hij bekleedde als informant voor de SVR. Verdachte behoort daarmee tot een (kleine) groep spionnen die door middel van langdurige operationele activiteiten het belang van de Nederlandse staat en dat van zijn bondgenoten ontwrichten en ondermijnen.
De uitspraak op rechtspraak.nl